Plaquette Bob Oosthoek
Op de begane grond van de Koninklijke Schouwburg, tegenover de lift, hangt het plaquette voor Bob Oosthoek. ‘Gevallen in het verzet’, leest het. Bob was een acteur en regisseur, onder andere in Den Haag, toen nog bij het Residentie Tooneel. Hij kwam oorspronkelijk uit Rotterdam en was 28 toen Nederland werd bezet.

Klein en groot verzet in oorlogstijd
In november 1941 kwamen kunstenaars in Nederland voor een keuze te staan: tekenen voor de Kultuurkamer, of niet. De Kultuurkamer was eigenlijk een propagandamiddel: als je tekende, ging je er als kunstenaar mee akkoord dat je werk in dienst stond van de nationaalsocialistische ideologie. Als je van Joodse afkomst was, mocht je er in principe al niet bij. Bob was niet Joods, maar hij besloot niet te tekenen. In het begin waren de gevolgen van niet tekenen nog niet zo groot. De maatregelen werden echter steeds strenger en het werd verplicht om te ondertekenen als je wilde doorwerken als kunstenaar. Het nieuws over die nieuwe maatregelen bereikte Den Haag eerst. Bob besloot linea recta naar Amsterdam te gaan om zijn collega-acteurs te waarschuwen, en is vervolgens ondergedoken bij zijn schoonfamilie in Den Haag, op de Regentesselaan. Het laatste toneelstuk dat Bob gespeeld heeft voor hij ondergedoken zat, heette De nacht in Zevenburgen. Hij speelde daarin de rol van keizer Jozef II van Oostenrijk, die bekend staat als progressieve leider. Je zou dit al best als een kleine verzetsdaad kunnen zien. Maar zijn grote verzet kwam na de onderduiking.
Bob vervalste identiteiten voor Joodse onderduikers en hielp mee bij het illegaal verspreiden van een geheime perskring. Ook schaduwde hij Duitsers, die op hun beurt weer verzetshelden aan het schaduwen waren. Zodoende kon hij die verzetsmensen waarschuwen als ze opgepakt zouden worden. Hij heeft ook mensen helpen ontsnappen uit de gevangenis, en verschillende Joodse kinderen bij hem en zijn familie laten onderduiken. Hij stopte ondertussen niet helemaal met theater. Er bleef vraag naar voorstellingen van hem, dus hij bleef spelen. In het geheim, soms in het huis waar hij ondergedoken zat en soms bij andere mensen thuis, op zolders en zelfs in een schuilkerk.

Hij beschermde ook zijn vrienden en collega-acteurs. Eén van hen, Hans Chris van Ees, was bijvoorbeeld opgepakt voor verzetswerk. Bob is toen naar de rechtszaal gegaan om te getuigen voor zijn vriend. Daarmee bracht Bob natuurlijk een verdenking op zichzelf. Bobs vrouw bedacht vervolgens weer een alibi voor hem, zodat die verdachtmaking teniet werd gedaan. Het heeft voor Hans Chris helaas niet geholpen. Een mooi en tegelijk tragisch staartje aan dit verhaal is dat Bob en zijn vrouw hadden besloten om hun eerstvolgende zoon naar hem te vernoemen. Bob en zijn vrouw Hélène – die overigens ook actrice was - hadden al een dochtertje, Flos. Zij was aan het begin van de oorlog was geboren. Ook zoon Hans Chris is op de wereld gekomen, maar Bob heeft hem nooit gekend. Op de dag dat ze besloten hem Hans Chris te noemen, werd Bob zelf opgepakt.
Gevallen in het verzet
In de periode dat hij werd opgepakt, in 1944, was hij betrokken bij een aanslag op een distributiekantoor in Oude Wetering, om voedselbonnen te bemachtigen voor onderduikers. Daarvoor werd hij verraden, al weten we niet door wie. Hij werd naar het Oranjehotel gebracht. Daar is hij zwaar gemarteld om informatie los te laten over het verzetsnetwerk. Hij sprak niet. Het verhaal gaat dat Bob, gewond van de martelingen, al op een brancard klaarlag om naar huis te worden gebracht, maar dat de nazi’s zo gefrustreerd waren dat hij niet wilde praten, dat ze hem alsnog op de trein hebben gezet richting Kamp Amersfoort.
Vanuit daar zou hij worden getransporteerd naar Neuegamme, maar hij is naast het spoor bij Hengelo gevonden. Waarschijnlijk is hij er in poging tot ontsnapping zelf uit gesprongen. Er zijn ook bronnen die aangeven dat een Duitse militair, die wist wat er in Neuegamme te wachten stond, hem heeft aangemoedigd om het lot in eigen handen te nemen. Of misschien is hij in de trein al overleden aan zijn verwondingen en langs het spoor achtergelaten. Zijn lichaam werd gevonden door twee Twentse jongetjes. Hij overleed rond 12 oktober 1944, toen hij 32 was. Pas twee jaar later werd officieel bekend dat het gevonden lichaam van hem was.
Voor Bob is er in 1951 dit plaquette gekomen in de Koninklijke Schouwburg en er is geld opgehaald voor het onderwijs van zijn kinderen. Koningin Wilhelmina verleende hem posthuum het Verzetskruis en hij is begraven op Erebegraafplaats Bloemendaal. Toen de plaquette werd onthuld, sprak zijn weduwe Hélène:
‘In zijn lot was ik rechtstreeks betrokken, het was geheel verweven met het mijne. Na de omslag in mei 1940 kwam ook de omslag in zijn denken, toen hij overzag vanuit een vroege, messcherpe inschatting dat de vrijheid, totaal, in wezen alle vrijheid van Nederland ontnomen was. Dat knechtschap het lot zou zijn en dat de vrije geest – het hoogste goed van de mens – en heel in het bijzonder van de kunstenaars, horig zou worden, dienstbaar zelfs aan een vernietigend, onwaardig kortom misdadig bestel.
Voor Bob Oosthoek en voor die naast hem stonden gold: het is vooral in het meegevoel met de slachtoffer of met wie slachtoffer dreigden te worden, dat gezocht werd en gevonden een weg om te kunnen redden, waarschuwen, opvangen, ondersteunen, voeden en verbergen. De liefde voor de medemens in de vorm van medeverantwoordelijkheid en verantwoording aan het eigen geweten was hun keuze. Zij kozen, zij sneden zich in eigen vlees. Zij leefden naar die keus en handelden ernaar, uit overtuiging en… stierven ervoor!
Het is aan Shakespeares woorden dat wij denken in het beschouwen van het ontstaan van het verzet en hoe het zich ontplooide in tal van vormen: ‘Here is much to do with hate, but more with love!’