Nina Spijkers over Meeuw


Al jaren wilde Nina Spijkers Tsjechovs Meeuw regisseren. Het toneelstuk loopt als een rode draad door haar leven: ze is zelfs naar een personage hieruit vernoemd. Een gesprek over verlangen, generaties en blijven proberen.

 

Waarom wilde je juist nu Meeuw doen?
Toen ik naar Het Nationale Theater kwam, zei ik dat ik de grote klassieke stukken wilde doen: de Grieken, Shakespeare, Tsjechov. Maar welke kies je dan? Als ik nu naar de wereld kijk, voel ik me soms moedeloos en verslagen. Maar tegelijkertijd voel ik ook: we moeten het blijven proberen. Precies die spanning is heel erg 'tsjechoviaans’. Ik wilde Meeuw al heel lang maken, maar iets weerhield me daarvan. Moet ik nou wéér een oudere man een jongere vrouw zien verleiden? Wéér horen over een oudere actrice dat ze ‘hysterisch’ is? Toen dacht ik, wat ik natuurlijk vaker doe: als welk gender zouden deze personages het interessantst zijn?

Een oudere vrouw verleidt een jonge man? Een oudere acteur wordt ‘hysterisch’ genoemd?
Precies, die omkeringen werkten enorm bevrijdend. Toen ik de tekst zo las, was het alsof hij helemaal nieuw werd. Terwijl: er zijn weinig stukken die ik beter ken dan Meeuw.

Het stuk loopt als een rode draad door je leven. Jouw moeder Myranda Jongeling en je vader Jaap Spijkers studeerden als acteurs af met De meeuw, in regie van Theu Boermans.
Mijn moeder was toen zwanger van mij, daarom speelde zij uiteindelijk niet mee, maar deed ze de kostuums. Mijn ouders hebben mij genoemd naar Nina uit het stuk – een naam die ik nu grappig genoeg heb geschrapt, dat is Mika geworden. Voer voor psychologen. En mijn vader speelt in deze voorstelling de rol van Boris. Nog meer voer.

In 2003 regisseerde Boermans het stuk opnieuw bij De Theatercompagnie. Die voorstelling zag jij gemaakt worden.
Ik was puber en wilde actrice worden. Elke dag spijbelde ik om bij de repetities te zijn, stiekem achter in het repetitielokaal. Ik vond het een van de allermooiste stukken ooit geschreven.

Wat maakt het zo mooi?
Ik ben verliefd op alle personages. Het zijn stuk voor stuk gemankeerde, ploeterende mensen. We lopen allemaal een beetje tegen de wind in door het leven, denk ik, in de regen en de modder. Maar deze mensen proberen het nog altijd: een beter leven krijgen, liefhebben, iets goed maken. Dat geeft het stuk hoop en veerkracht. En niet te vergeten: humor. Tsjechov laat zien dat iemands leven tragisch en tegelijkertijd heel humoristisch kan zijn. Die twee kanten hoeven elkaar niet uit te sluiten.

Met welke rol identificeerde je je als tiener?
Met Masja, omdat ik ook altijd verliefd was op mensen die mijn liefde niet beantwoordden. En met Nina, omdat ik actrice wilde worden. Daar zou ik alles voor over hebben, net als zij. Terwijl: eigenlijk ben ik Kostja, daar kom ik nu achter. Maar omdat Kostja oorspronkelijk een rol voor een man was, merk ik nu – en dat vind ik verdrietig – dat ik me vooral identificeerde met de vrouwen op het toneel. Daarin heb ik veel gemist, dat wil ik ook inhalen door genders om te draaien. Ik wil dat vrouwen interessantere rollen krijgen om te spelen, zeker in klassiek repertoire is dat een probleem. Daarvoor is genders omdraaien een relatief simpele oplossing. En je krijgt zoveel cadeau: omdat Trigorin in onze voorstelling een vrouw is, zie ik voor het eerst een vrouw op het toneel uitgebreid praten over haar schrijverschap. Omdat Kostja in onze voorstelling een vrouw is, hebben we opeens een onbeantwoorde queer-relatie.

Het stuk gaat ook over ruimte maken voor nieuwe generaties.
Ja, dat gaat me echt aan het hart. Als je nu jong bent en iets wilt van het leven, ligt er veel druk op je om het meteen goed te doen – niet alleen in de kunst. Overal heerst het gevoel dat je geen tweede kansen meer krijgt. En dan is er een oudere generatie die een soort waarheid in pacht heeft en niet graag ruimte maakt. Of die zich te weinig bezighoudt met de generatie die na hen komt. Dat zie ik in het theater, maar ook in de rest van de wereld.

Wat verraste je tijdens het repeteren aan Meeuw?
Bij Tsjechov denken mensen vaak aan pratende intellectuelen en tussendoor veel stilte. Maar ik las zijn personages als volbloed mensen, vol verlangen: seksueel verlangen, carrière-verlangen, intermenselijk verlangen. Verlangen zit voor mij heel erg in lichamen. En het stuk is een komedie – dat vraagt ook om iets fysieks. Dus mijn zoektocht was: hoe combineer ik Tsjechovs taal met dat lichaam. Dat ging verrassend gemakkelijk.

Het lichaam was ook belangrijk bij het decorontwerp, toch?
Het decor brengt twee elementen samen. Allereerst zie je de ‘backstage’ van een toneel, omdat het stuk natuurlijk de wereld achter de kunst laat zien. Maar we zien ook in de toneellijst een ‘weermachine’ die hitte en kou produceert, regen en mist, wind. Die atmosferische omstandigheden hebben een instant effect op het lichaam van een speler, maar ook op het lichaam van de toeschouwer die ernaar kijkt. Verder is de vloer leeg. Ik had verwacht dat ik daar al repeterend van in paniek zou raken: waar zijn mijn tafels en stoelen? Waar is de traditionele samowar (de waterkoker die in elk Russisch huishouden en elke Russische klassieker te vinden is)? Maar nu denk ik: het zijn alleen maar die lijven. En dat is genoeg.

Die lichamen verlangen vooral ook om gezien te worden.
Ja, voor wie je werkelijk bent of wie je graag zou willen zijn. Tsjechov heeft dat zo slim geschreven: degene door wie je gezien wilt worden, ziet je niet. Maar degene voor wie je juist onzichtbaar wilt blijven, ziet je wel. Dat is verschrikkelijk. En heel grappig.

Put me on the waiting list

Wishlist

Added:

To wishlist

Subscribe to the newsletter