De speech van Cees bij zijn afscheid

Foto: (c) Caroline de Winter

Op maandag 8 juni was het afscheid van Cees Debets als Directeur van Het Nationale Theater. Hij gaat met pensioen en hij wordt opgevolgd door John de Weerd. Tijdens het feestelijk zaalprogramma werd Cees door Burgemeester Jan van Zanen geridderd. Cees sloot af met een bevlogen toespraak. Hieronder vind je de tekst.

En nu ben ik aan de beurt en de grote vraag is zal ik daarmee iets stuk maken.

Overal verbrandt men hoopjes bladeren, rook kringelt, de herfst wordt opgeruimd en het  ruikt naar heimwee. Heimwee, Ja heimwee. Gewoon heimwee.

Dit was mijn openingstekst uit een Half Tuinhuis, geschreven en dat geregisseerd door Hans van den Boom voor De Blauwe Zebra.
Het is 17 april 1988, première, Shaffy Theater, Amsterdam.

Ik citeer dit omdat ik me zo voel, of toen ik dit schreef dacht te gaan voelen op dit moment.
Een groot gevoel van Heimwee. Nu al.

Ik ben zo bang dat ik vergeet. Hoe je liep en hoe je deed. Hoe je sliep en hoe je keek. Ik ben zo bang dat ik vergeet……….

Nog zo’n moment:

Het is 1984, eindexamenproductie. Zeven manieren om een rivier over te steken. Lodewijk de Boer.
Johanna ter Steege op mijn rug, links Marieke Heebink, rechts Marianne Seine.

Weet je nog?
Ja
Dat je me door de rivier droeg.
Dat we in het midden waren en dat we wilden omdraaien.
Dat ik je zei verder te gaan. Verder, verder, verder naar de andere kant.
En het lukte? Ja
Of dat het niet lukte?
Ja
En dat ik aarzelde verder te gaan? En dat ik zei, ga terug, we halen het niet.
En dat ik zei, het moet. Hoe kan het anders.
En dat we verder gingen. En dat het lukte? Ja
Of dat het niet lukte? Ja.

Foto: (c) Caroline de Winter

Voor degenen die mij kennen………..

Dit t-shirt is inmiddels 43 jaar oud, kreeg ik van mijn zus na afloop van deze eindexamenproductie en de vraag werd toen gesteld en hoe luidt nu het antwoord?

In november gingen we met het managementteam de hei op en op een gegeven moment moest ik weg want ze zouden het over de toekomst hebben. Niet mijn toekomst dus. Ik moest mij kort wijden aan een terugblik.

Ik moest mij blijkbaar al bezighouden met mijn afscheidsspeech en daar was ik nog niet aan toe. Ik dacht, ik wil het dan hebben over schaamte omdat ik vermoed dat daar voor mij een oorsprong ligt.

Peter Handke zegt het zo mooi: Een groot acteur is iemand die in staat is een gevoel dat hij voor zich zelf, in stilte heeft gehad, voor anderen nog een keer te hebben.

Ik kan dat niet, dat herbeleven voor een ander, ik schaam me er ook voor. Durf het niet. Vanaf mijn 15e jaar ga ik naar het theater, ik zag heel veel en was bijvoorbeeld onder de indruk van Lou Landré, hij speelde de nar in King Lear. Ik deed dat thuis stiekem na, alleen, maar kon dat niet voor een ander nog een keer opbrengen. Geen durf. Louter schaamte. Overigens deed ik ook Anne Wil Blankers, Ramses Shaffy, de stem van Kitty Courbois na. Voor mezelf.

Schaamte als drijfveer? ik weet het niet. En wil ik dit wel bespreken op mijn afscheid? Maar hier komt juist wel mijn grenzeloze bewondering voor makers vandaan. Zij durven iets wat ik niet durf. Namelijk genadeloos kwetsbaar zijn. Schaamteloos herbeleven en dat delen met anderen. Niet een keer, maar heel erg vaak.

Ik ben zelf meer een twijfelaar, een dolende op zoek naar richting. Het niet weten als uitgangspunt en dat heel goed weten.
Theater kan aanzetten tot beweging opdat het onverschillige grijs optrekt.
Daar maak ik me druk over. Daar schaam ik me niet voor.
Het waren en zijn intense tijden.
En ja die tijden veranderen.

Foto: (c) Caroline de Winter

Het leiden van een huis, in ons geval 3 theaters en ook nog twee productiekernen is geen geringe opgave.
Mooi maar complex. Ik citeer hier graag Markha Valente, onderzoeker Universiteit van Utrecht.

“Want vandaag wordt er uitzonderlijk veel gevraagd van theaters.
Niet alleen artistiek, maar politiek, moreel, sociaal.
Theaters worden geacht ruimte te openen waar het publieke debat verhardt; gemeenschap te vormen waar de samenleving breekt; betekenis te bieden waar politiek geen taal meer heeft — of wil.
Het zijn hoge verwachtingen — en ze ontstaan precies daar waar andere instituties hun draagkracht verliezen.

De vraag is hoe theater betekenisvol blijft zonder zichzelf te verliezen.
Misschien ligt betekenis niet in scherpere posities, maar in het vormgeven van ruimtes waarin conflict kan bestaan zonder direct te escaleren.
Ruimtes waar niet alles hoeft te worden opgelost, maar wel zichtbaar blijft.
Waar verschil niet wordt opgeheven, maar ook niet wordt uitbesteed.
Dat vraagt om moed. Niet de moed alles te dragen, maar de moed de spanning te houden zonder eraan ten onder te gaan.”  Einde citaat.

Hoge verwachtingen. Zorgen dat je niet uit elkaar valt.
Pffffffff.
Dat vraagt veel van de organisatie; openheid, extra inzet, juiste context leveren, drempels wegnemen, verwarring toestaan.
Theater spreekt uit, is politiek, dus per definitie niet neutraal. Waar ik vanuit werkte is een open houding, een gastvrije omgeving waarin je wordt uitgenodigd om kennis te nemen van andere perspectieven. Niet neutraal maar een plek voor maatschappelijk engagement, voor openbare meningsvorming, waar verbeelding en realiteitszin hand in hand gaan. Dat creëren is van grote betekenis, in een tijd waarin de publieke ruimte krimpt, er moeilijk onderscheid te maken is tussen echt en net echt. En laat dat nu de essentie zijn van theater, de afspraak is dat we weten dat het niet echt is maar wel net echt zodat we kunnen oefenen, betrokkenheid oefenen, inleven in de ander, solidariteit ervaren. Die ruimte creëren en pakken. Hoe mooi. Hoe noodzakelijk. Hoe te bevechten. En ja ik blijf geloven dat kunst verandering teweeg kan brengen.

Zien. Kijk. Luister. Wacht. Het zouden AllSizes teksten kunnen zijn op zaal3.

Ik riep vanmiddag de medewerkers op om zichtbaar te zijn. Wees zichtbaar en kijk om je heen.
Ons werk doet ertoe en heeft een grote waarde. Zien we de ander. Kijk ik wel goed. Luister ik wel echt. Wacht even met een oordeel.
Gebruik je talent en heb oog voor het talent van de ander en ja ik spreek heel graag over getalenteerd publiek. Want dat is de kern, de dialoog met het publiek.

Dat zien en gezien worden kan veel invloed hebben. Dat kan het verschil maken.
Daar kan ik over meepraten want wat als ik geen dramales had gehad van Juf Mantel op het Blaise Pascal college in Zaandam. Wat als Pink Lobo mij niet had gezien, Willeke Hieminga mij niet had opgemerkt, Jozias van Aartsen mij geen vertrouwen gaf in 1990, Louis Behre mij niet herkende, natuurlijk Pascal van den Berg, Stephen Hodes had nagelaten mij te vragen mee te doen aan de fusie, Benita Plesch mij geen zekerheid gaf, Jan Zoet mij niet opzocht op vrijdagmiddag, Ben Kokx mijn intuïtie niet vertrouwde.
Zien en gezien worden. Dat veroorzaakt beweging. Daar ben ik enorm dankbaar voor.

Heb ik zelf wel goed genoeg gekeken, geluisterd en uitgelegd?
Wij, de heilige bubbelbewoners, hanteren termen als schoonheid, verbinding, sociaal weefsel, reflectie, identiteit. Het zal er deze week heel misschien in de Kamer ook over gaan. Mooie termen maar wat bedoelen we daar nu eigenlijk mee?

Waarom vertellen we niet veel vaker wat er in onze zalen echt afspeelt.
Dat onttrekt zich aan de kunstpagina, de bubbel, de waan van de dag, dat doorbreekt elk algoritme, er is een veel bredere belangstelling, er is niet één publiek van gelijkgestemden in onze zalen.
Wat soms als eendimensionaal wordt afgedaan blijkt voor een ander een heel andere ervaring. Een heel divers deel van de samenleving komt over de vloer. We maken ons kleiner dan we zijn.

Laat het gaan over de waarde, dat wat we teweegbrengen.
Zoveel reacties roept Operation Hellfire op van militairen, ambtenaren, juristen die juist niet moedeloos de armen opheffen maar zich erkend voelen, gehoord worden, zin hebben om het debat aan te gaan. De dialoog opeens opzoeken omdat ze gezien worden.
Dat gebeurde bij Antigone, Phaedra in Vlammen, De seizoenen. Uit de meest onverwachte hoeken wordt de dialoog gezocht. Waarom schreeuwen we het niet van de daken dat een school heeft besloten om een uur buiten les te gaan geven na het zien van Captain Fantastic (aaauww). Durf eens mee te luisteren met een nagesprek bij Weirdo, de soms hartverscheurende openhartigheid van jongeren is zo hoopgevend. Hebben jullie de wijze meiden uit A country inside my head gehoord? Dat gaat veel verder dan het af te doen met zomaar een bekroonde voorstelling. Praten over verlies, eenzaamheid, depressie, hoop het kan echt, ook met kleuters en ook met elkaar.
En het zet aan tot handelen.
Er wordt doorgepraat, gedoneerd, gedemonstreerd, niet gezwegen en nieuwe scenario’s gemaakt.
Er zijn grote groepen die met elkaar voorstellingen bezoeken, in Zaal 3 zijn de alleengaande buurtgenoten een gemeenschap gaan vormen, er wordt met elkaar gegeten omdat het met Only the Lonely zo beviel, eenzaamheid verdringt, het systeem wordt gekraakt en ambtenaren willen de mens weer achter het getal leren kennen.

Ja twijfelende Nasrdin Dchar, Ja dolende Jack Wouterse in pyjama, Ja hummende Romana Vrede, Ja Hans Croiset en Anne Wil Blankers, Ja Yela de Koning al jouw jaren doodgaan omdat we soms helemaal niet kunnen zwijgen over de dingen waarover we niet kunnen spreken. Het zwijgen doorbreken, het doet ertoe.
Ja Jos Nargy omdat jij er bent is er poezietroost, ja ……..ja….. ja….
Ja Boaz Blume je bent een rolmodel
Ja Joumal Fatal elke avond moet opnieuw de vraag aan de soldaat én het publiek gesteld worden: waarom denk je dat jij de enige bent met het vermogen te veranderen?

Ik heb me altijd mogen omringen met mensen die inspireren, die in iets beter zijn dan ik en willen samenwerken.
Dat is niet altijd makkelijk, het systeem waarin we werken vind ik lastig. De schaarste maakt dat een solidaire sector uit elkaar gedreven wordt, concurrent zijn overkomt iedereen vanwege het systeem. Ik vind het een klotesysteem maar ik ken nog geen beter alternatief. Ik ervaar een enorme collegialiteit maar het kan genereuzer.  Denk ik. Wil ik. Maar de samenwerking is van belang. Dank.

Ik dank de subsidiënten, Gemeente Den Haag en ministerie van OCW, vele fondsen, sponsoren en vrienden.
Vertrouwen in elkaars kwaliteit, rol en expertise. Ik heb vanuit dat vertrouwen kunnen werken. Het gaat mij aan het hart dat vertrouwen steeds meer plaatsmaakt voor wantrouwen. Dit geldt helaas ook voor onze sector.  Financiële investering wordt gegund vanuit nut en noodzaak, daar heb je geen recht op en werkt vanuit de afspraak dat er naar eer, geweten en ondernemingszin mee wordt omgesprongen. Hou je aan de regels en verander ze niet tijdens de wedstrijd. Wantrouwen is geen voedingsbodem voor creativiteit.

En dan Het Nationale Theater. 1 januari 2027 zet u het alvast in uw agenda. Tien jaar HNT!!
Leve HNT, hulde hulde hulde.

Wat een feest om hier te mogen werken en zichtbaar te zijn in het hele land. Steengoede medewerkers, wat een talent, wat een expertise en motivatie. Ik vond het een eer om richting te mogen geven, dat ik medestanders had, samen bouwen aan iets unieks.

Dank Raad van Toezicht voor de zorgvuldige controle gevraagd en ongevraagd, dank Ondernemingsraad voor jullie alertheid, zuiverheid en meedenken. Echt bijzonder dat jullie dat doen en ons bij de les houden.
Dank ManagementTeam, op orde nu met een in balans zijn de lucht, water, vuur en aarde situatie. Een warm bad.

Lidy klein Gunnewiek wat een waanzinnige tijd hebben wij doorgemaakt, in alle opzichten zo waardevol en vol verrassingen. Nog steeds.
Iris van den Akker, jouw eigen blik, humor en kracht is onmisbaar voor deze hectische organisatie.
En dan John de Weerd, ja, wat geweldig dat jij directeur Theater bent. Dat je al heel vroeg mee wilde bewegen en dat het je kon schelen. Ach man, succes en wat ben ik nieuwsgierig.
Lieve Noel Fischer en Eric de Vroedt. Het is een schier onmogelijke taak artistiek leider, schrijver, regisseur, coach en ook nog zoiets als een privéleven…….dat allemaal samen.
Jullie stellen de juiste vragen stellen.
Ook als het een vraag is die nooit beantwoord kan worden, dan moeten we de vraag alsnog blijven stellen. Ik vind het zo moedig en krachtig dat jullie dat doen. En alle makers die jullie om je heen verzamelen.
Daar dichtbij zijn, dat was een heel groot voorrecht. 

En alles kan anders.

Wat er is kan ook anders zijn. Dat denken is inherent optimistisch.
Het kost me geen enkele moeite om nu een overtuigend doemscenario naar voren te halen. Maar daar zit niet de creativiteit. De creativiteit zit hem erin om uit al die scenario’s een verhaal naar voren te halen dat optimistisch is, niet uit naïviteit maar uit verbeeldingskracht is geboren. Wat kun je nou wel doen. Hoe ga jij nu iets veranderen in de wereld.

Maar laat ik eerst nog even naar mezelf kijken en knijpen, hard knijpen in mijn arm. Dat ik dit kon en mocht doen.
Want ik ben ook echtgenoot en vader van twee te gekke kinderen.
Ik heb het gevoel dat het mocht van mijn allerliefste vrouw Pascal. Want zonder haar, zonder haar herkenning in 1998 had ik hier niet gestaan. En we vierden eergisteren met een éenbenig dansje dat we 27 jaar samen zijn. Vaak was dat mijn enige zekerheid voor als het even op het werk niet ging, stikte in ongehuilde tranen of gewoon klote eenzaam was. Dan thuiskomen, een kritische blik, stomme lul bewaak ook eens je eigen grenzen, kom hier!
En of het mocht van Lissy en Bobby weet ik ook niet, ik was er vaak niet maar godzijdank zeiden ze onlangs dat opgroeien in Theater aan het Spui ook wel heel erg leuk was.
O wat hou ik van jullie.

(Ruikt) Heimwee…….?

Kampen 1984

Ik sta met Johanna ter Steege op mijn rug. Links Marieke Heebink, rechts Marianne Seine.

Weet je soms is het beter om maar niets te zien, niks te zeggen.
Niet praten over de dingen die gebeurd zijn. Ze zijn over. Weg. Achter je. Je moet ze niet vergeten. Alleen maar achterlaten.

Muziek: Ik ben zo bang…..

 

Terug

Put me on the waiting list

Wish list

Added:

To wishlist

Subscribe to the newsletter