Koen Suyk/ANP

Vlaamse toneelregisseur Franz Marijnen (79) is overleden

vr 5 aug

Gisteren bereikte ons het droevige bericht dat afgelopen woensdag 3 augustus Franz Marijnen is overleden. In hem verliest ook Den Haag een regisseur, die over een periode van vijfentwintig jaar gezichtsbepalend is geweest.

Huisregisseur in Den Haag

In 1988 werd hij door Hans Croiset gevraagd een van de vier huisregisseurs te worden van het nieuw opgerichte gezelschap: het Nationale Toneel (later: Het Nationale Theater). In de jaren die volgden, leverde Marijnen bijna ieder jaar een spectaculaire grote zaal productie af waar het spelplezier vanaf spatte en die zich kenmerkten door een groot inhoudelijk respect voor de scherpe, nietsontziende blik op het menselijke gedrag van schrijvers als Shakespeare, Büchner en Gogol. Ontluisterende voorstellingen waren het, waarin de harde, zelfzuchtige machtsmens kritisch en in zijn ‘volle glorie, maar niet zonder humor werden getekend.

Na een periode van afwezigheid, waarin hij de artistieke leiding van de KVS in Brussel op zich had genomen, keerde Franz in 2003 terug naar Den Haag om Cyrano de Bergerac te regisseren. Daar vond hij, onder de vleugels van zijn vriend Evert de Jager, algemeen directeur van het Nationale Toneel, een theatraal toevluchtsoord en kon hij maken wat hij wilde.

Hoogstpersoonlijk en maatschappelijk geëngageerd 

Als een volleerd meester regisseerde hij ensembles van soms meer dan twintig spelers en muzikanten. De internationale operaregisseur, die hij ook was, toonde zich hier. Maar nog bijzonderder waren de kleine zaal producties die hij in zijn tweede Haagse periode maakte. Wilde, hoogstpersoonlijke voorstellingen waren het. Met grote durf experimenteerde hij voortdurend met gewaagde toneelbeelden en publieksopstellingen, maar het was vooral hun grote inhoudelijkheid die ze zo bijzonder maakte.

Hier gaf Franz lucht aan zijn grote maatschappelijke en menselijke engagement. In De meiden (2005) en Triptiek (2006) verkende hij pijnlijk onverbloemd de (seksuele) onderdrukking van de vrouw. Hij vroeg veel van zijn grandioze spelers, fysiek en mentaal, maar kreeg er alles voor terug. Niet voor niets ontving Bien De Moor, zijn toenmalige levensgezellin, een Theo d’Or voor haar sublieme vertolking van Solange in De meiden.

Zoektocht naar de bron van het kunstenaarschap

Hiernaast maakte hij twee indrukwekkende kunstenaarsportretten, PPP (2010) over de dichter, denker en filmer Pier Paolo Pasolini en Glenn Gould over de gelijknamige pianist (en ook een beetje over Bach). In deze zelfgeschreven producties kon hij zijn grote bewondering kwijt voor deze geniale kunstenaars uit de vorige eeuw die hem zijn hele leven hadden begeleid.

Zijn grote, nooit aflatende verwondering over het creatieve wezen van deze mannen resulteerde in twee waanzinnig mooie verkenningen naar de bronnen en de kern van hun kunstenaarschap. Leven en werk waren bij deze ‘onaangepasten’ onlosmakelijk met elkaar verbonden. Net als bij Franz. Wij blijven hem zeer dankbaar voor zijn grote bijdrage aan ons gezelschap en aan het Nederlandse theater.

Een greep uit de producties die Marijnen bij ons regisseerde:

  • Woyzeck (1988-10-14)
  • Macbeth (1990-05-01)
  • De revisor (1990-12-14)
  • Wachten op Godot (1992-04-08)
  • Koning Lear (1993-10-01)
  • Far Away (2002-12-07)
  • Cyrano de Bergerac (2003-11-01)
  • De meiden (2005-02-19)
  • Triptiek (2006-03-11)
  • Heksenjacht (2007-03-03)
  • Red Rubber Balls (2008-03-27)
  • Glenn Gould (2008-04-03)
  • Punt. (2008-06-28)
  • Therese Raquin (2008-10-23)
  • Nocturne (2009-02-21)
  • Pier Paolo Pasolini - P.P.P. (2010-04-01)
  • De driestuiversopera (2011-03-11)